Interview

40 verpleegjaren en de passie voor de zorg

28 oktober 2021

Anneke van Elen – 61 jaar – heeft er al 40 verpleegjaren op zitten en wanneer de coronaperiode begon, wilde ze met alle liefde haar steentje bijdragen als vaccinateur. Samen met haar man Ton versterken ze het team van zorgdesQ. Leuke side-note: binnenkort worden ze voor het eerst oma en opa, alvast gefeliciteerd beiden! 

Anneke wilde graag nog wat doen: ‘’Ik wilde meehelpen om die pandemie te bestrijden. Ook als het vrijwillig was geweest, dat kon me niet schelen. Het gaf zo’n goed gevoel! Mijn verpleegkundige achtergrond kwam goed van pas bijvoorbeeld bij mensen die last hebben van prikangst of mensen die andere zorgvragen hadden.’’

Tijdens ons kandidatenevent in september viel mij de positiviteit en energie van Anneke meteen op. Een echte zorgverlener als je het mij vraagt! Dat maakt me ook benieuwd naar wat ze gedaan zou hebben als ze geen verpleegkundige was geworden: ‘’Dan had ik vast iets met mensen gedaan, ik ben een mensenmens. Misschien wel stewardess net als mijn dochter. In ieder geval iets met mensen. Wat ik ook leuk vind is de Franse taal, dus misschien wel docent of zo.’’

Hoe is deze carrière dan eigenlijk begonnen?

In 1978 begon Anneke als leerling-verpleegkundige in het ziekenhuis in Boxmeer. Anneke omschrijft zichzelf als een teamplayer, maar een nachtdienst alleen draaien vond ze ook leuk: ‘’Alles zelf draaiende houden was een mooie uitdaging.’’ 

Mensen en medische dingen hebben Anneke altijd al geïnteresseerd. ‘’Ik ben een denker en een doener en met deze opleiding kon je dit combineren. Ik vind de voldoening die je uit het werken in de zorg haalt heel bijzonder. Wat je voor anderen kan betekenen.’’ 

Het werken in de zorg beviel goed, sterker nog: het ziekenhuiswerk vond ze zo mooi dat ze samen met 2 andere verpleegkundigen, toen ze werkzaam was op de afdeling Short Stay, een oncologie afdeling in het Maasziekenhuis heeft opgezet.

Bijzondere momenten

De afdeling oncologie is heftig. Anneke vertelt over een jonge vrouw die wist dat ze zou overlijden en ze wilde haar kind graag wat moois nalaten. ‘’Samen met mijn collega’s hebben wij deze patiënt adviezen gegeven zoals het maken van video’s en foto’s, een soort schatkist voor haar kind als ze er later niet meer zou zijn.”

Een ander bijzonder moment op de afdeling: ‘’Er kwam ook ooit een man bij ons met erg weinig geld, die was blij met alles. Zelfs met een glas melk. Elke keer als hij bij ons op de afdeling was propten we hem helemaal vol met eten en drinken. Dat is me altijd bijgebleven, een bijzondere man.’’

Voor Anneke zijn verpleegtechnische handelingen, zoals het inbrengen van infuus, en het begeleiden van mensen energiegevers. Zo kun je in een hele moeilijke periode voor mensen iets betekenen. ‘’Je krijgt veel terug, het is een wisselwerking. Ook voor de familie kun je heel veel betekenen, voor kinderen van ouders bijvoorbeeld. Het is erg belangrijk dat je een goed en fijn team hebt, want het is heel triest wat er allemaal gebeurt. Soms zaten we samen te huilen en dan vind je steun bij elkaar.’’

Verschil zorg van nu en vroeger

Er is een heel verschil tussen de zorg van nu en de zorg van vroeger. Zo was er vroeger één opleiding en daarmee moest je alles kunnen, terwijl er tegenwoordig veel meer specialisaties gevraagd worden. Ook het rapporteren is heel anders: vroeger had je een klapper en nu gaat de verpleegkundige met de laptop naar de patiënt toe. ‘’Dat is misschien ook wel beter hoor, maar dan ben je ook daar mee bezig. Vroeger gingen we zonder klapper en luisterde je, dan schreef je daarna op wat er aan de hand was.’’

Het eerste wat Anneke te binnen schiet als ik vraag wat er zou moeten veranderen: ‘’Meer personeel, meer tijd aan het bed en minder achter de computer.’’

Wat positief is aan de zorg van nu is dat zorgorganisaties goed gefaciliteerd zijn en er meer apparatuur, kennis en specialisaties zijn. ‘’Vroeger moest je alles maar een beetje doen. Hoe het nu is, is kwaliteitsverbetering.’’ Bij het kiezen van een werkgever vindt Anneke het belangrijk dat kwaliteit hoog in het vaandel staat en dat ze goed zijn voor hun personeel. ‘’Luister naar wat er op de werkvloer wordt gezegd en faciliteer genoeg scholing en apparatuur. Het contact met de organisatie voor wie ik werk vind ik belangrijk. Geef je medewerkers niet het gevoel dat je ze uitmelkt.’’

De andere kant

Op de oncologie afdeling zijn alle mensen heel dankbaar, aldus Anneke. ‘’Ze klagen niet en toen ik het zelf ervaarde wist ik nog beter wat ze voelden.’’ Ineens vertelt Anneke dat ze zelf borstkanker heeft gehad. Heftig en meteen realiseer ik me dat ze dan dus op haar eigen afdeling heeft gelegen. De rollen werden ineens omgedraaid. ‘’Toen waren er patiënten die mij herkenden, dat was heel vreemd. Je denkt altijd: dat overkomt mij niet, maar het gebeurde toch. ’’ In InMill vertelt Anneke meer over deze heftige periode in haar leven.  

Toen Anneke bij ons aankwam had ze de vragen – die ik vooraf gestuurd had – al helemaal uitgedacht. Superleuk om te zien en ik kan wel zeggen dat we een betrokken zorgcollega rijker zijn in ons team. De passie voor de zorg typeert Anneke en deze heeft ze de afgelopen tijd weer in kunnen zetten. In de vaccinatieperiode heeft Anneke vooral contact gehad met Emiel en Sanye en daar was ze zeer over te spreken: ‘’Vriendelijk, snel, adequaat en correct, ik kan alleen maar positief zijn over je collega’s. Tot december kan ik in ieder geval aan de slag en daar ben ik blij om. Ik dacht wel: oh, dan moet ik alweer afscheid nemen van die lieve mensen.’’

Dat hoeft gelukkig nog niet, want er komt begin januari een leuke nieuwjaarsborrel aan waar we Anneke maar al te graag bij hebben! 

Liefs, Myrthe




Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *